19-20 april 2011   Eiger Noordwand...

P1010301_1

Er zijn waarschijnlijk weinig wanden zo bekend als de Eiger Noordwand. Een wand met veel historie, en een lange lijst van ongelukken. Deze muur van sneeuw en ijs bepaald het uitzicht in Grindelwald, Zwitserland.

Na mijn poging in februari wilde ik graag terug. De condities waren goed, het weer bleef stabiel en ik had twee goede klimmers die ook omhoog wilde. Nu moest het gebeuren....

Samen met Dave en Mark reden we zondag 17 april richting Grindelwald. Alle drie een beetje gespannen, omdat we allen de reputatie van deze wand kenden. Maar we wisten ook wat we konden: we waren sterk genoeg, hadden genoeg ervaring en waren goed geacclimatiseerd. Ons doel was duidelijk.

Maar bij het eerste aanblik van de Eiger waren onze gedachten anders dan verwacht. Er lag toch wel veel sneeuw in de wand...en we kunnen geen spoor zien...misschien zijn we te vroeg? Onzekerheid speelde ons partte, maar natuurlijk besloten we toch onder de wand te gaan kijken. En daar vonden we een spoor, maar ook nog veel nerse sneeuw. Het weer zou nog enkele dagen goed blijven, dus wat was wijsheid....?

Uiteindelijk besloten we om niet maandag meteen te gaan klimmen, maar om de sneeuw nog een dag te laten zetten. Meer klimmers zouden in de wand zijn geweest en het spoor zou nog beter zijn.

 

P1010253_1

Dus dinsdag ochtend om 2 uur ging de wekker: ons avontuur kon beginnen.

De sneeuw was op sommige stukken nog steeds zacht en dus moesten we zelf sporen. In de schemer van de ochtend kwamen we aan bij de ‘moeilijke spleet’, een van de hardere lengtes van de route. We klommen dit alledrie vrij snel en zo kwamen we uit bij de ‘Hinterstoisser Traverse’, een beroemd gedeelte van de route.

Andreas Hinterstoisser maakte in 1936 voor het eerst deze traverse en zorgde er zo voor dat de rest van de wand, en zo de hele klim, toegankelijk werd. Helaas kwam de hele groep door een lawine om.

Nu hangt er een vast touw waardoor de route veel eenvoudiger en toegankelijker wordt.

P1010268_1
P1010257_1

Na de traverse werd het klimmen iets eenvoudiger: de eerste twee sneeuwvelden lagen voor ons. De condites waren hier erg goed: de sneeuw was hard en er lag een goed spoor. Dus hier schoten we goed op: tegelijk aan het touw klommen we op tempo door naar boven.

Een hardere lengte klommen nog waarna we aankwamen in het ‘ Dodenbivak’

 

Dit bivak kreeg zijn naam nadat twee Duitse klimmers hier, na drie dagen in een storm doorgebracht te hebben, dood vroren...

We namen een korte pauze om even bij te komen. Een slok cola en even zitten. 3 minuten rust in de

benen, genieten van de omgeving en de grootsheid van de wand. Langzaam de hele omgeving in ons opnemen, het geweldige stuk klimhistorie waar we nu midden in stonden. Het museum genaamd Eiger....

Maar we moetsen en wilden door. Het was laat in de ochtend en we hadden nog zeker tien uur licht voor ons. Hoe ver zouden we kunnen komen?

 

Vanuit het dodenbivak ging het nog 100 meter verder naar links voordat we bij de ‘Rampe’ kwamen: een minder steil stuk rots in deze bijna loodrechte wand.

Het was heerlijk klimmen: de rots was vast doordat de temperatuur onder nu was en er lag genoeg sneeuw om snel over dit terrein heen te gaan.

We vonden zelf enkele boorhaken, iets wat iedereen voor onmogelijk houdt in een wand als deze...

 

Na de ‘Rampe’ kwamen we bij de ‘Brittle Ledges’ waar alles los lijkt te liggen. Een makkelijk stuk van de wand waar we terug naar rechts traverseren, terug naar het midden van de wand. Maar zenuwslopend, omdat elke steen lijkt te bewegen...

P1010281_1
DSC01027_1
P1010283_1

Gelukkig ging ook hier alles goed en zo stonden we voor een volgende harde lengte. Het was inmiddels 3 uur in de middag geweest en we begonnen het langzaam te voelen. Onze lichamen werden moe en we begonnen meer en meer onze concentratie te verliezen.

Mark en ik klommen de lengte na en we wisten alldrie wat komen ging. De ‘godentraverse’ lag voor ons en daarmee ook een van de laatste mogelijkheden voor een bivak. Tussen nu en de top lag alleen maar steiler terrein zonder ook maar een plek om te kunnen zitten of liggen.

 

En dus moesten we een keuze maken en eigenlijk waren we het snel met elkaar eens. Het weer was goed, we hadden onze slaapzakken bij en we wilden liever de volgende dag in vol daglicht op de top komen. En niet in het donker nog ergens in de wand aan het klimen zijn....

Slaapzakken tevoorschijn, brander erbij en genieten van het uitzicht dus.

DSC01050_1
DSC01040_1

Het werd een lange nacht, waarin ik keer op keer naar een beter houding zocht om te slapen. Mijn bed was niet groot, een kleine richel van 30 cm breed. Ik kon zitten, terwijl ik mijn voeten naar beneden liet bungelen. Via mij gordel zat ik vast aan de rots, zo kon ik niet naar beneden vallen in mijn slaap.

Maar na veel korte stukken slaap werd het eindelijk ochtend. De hemel werd lichter en een nieuwe dag was begonnen. Voor ons tijd om te gaan, met als eerste hindernis de ‘Goden traverse’. Enkele honderden meters horizontaal klimmen, met ruim 1000m lucht onder je. Het moment waarop je je dichter bij alle ‘goden’ waant dan anders...

Ik ging voorop, niet moeilijk maar wel spannend. Gladde rotsen en weinig houvast, geen goede grepen. Schrapend met mijn stijgijzers, vertrouwen op de kleine randjes. Maar het ging: af en toe vond ik een oude haak, vaak ook niet en moest ik gewoon maar door.

P1000220_1
P1000209_1

3 touwlengtes ging het zo door totdat we bij de ‘witte spin’ aankwamen. Dit hoogste sneeuwveld op de wand ligt als een spin over de rotsen. Vandaar de naam....

 

De sneeuw die er lag was goed, gelukkig geen ijs. Ik zekerde Dave en Mark naar me toe en samen klommen we verder. Over de ‘spin’, richting de ‘uitklim spleten’, de laatste moeilijke lengtes voordat we op het topijsveld aan zouden komen.

P1000237_1
P1000223_1

De uitklimspleten zaten vol met ijs en dat maakte het klimmen wat gemakkelijker. We klommen enkele lengtes achter elkaar en daarna nam Dave het over. De laatste 3 langtes waren voor hem.

En een daarvan was de ‘quarts crack’, een steile lengte tussen de rotsen door. Hij had eerst wat moeite met zijn grote rugzak, maar uiteindelijk wurmde hij zich toch naar boven. Nog 2 lengtes over de rots en plots stonden we in de zon. We konden het ijsveld naar de top zien, we waren bijna boven!

En na ruim 24 uur in de wand gezeten te hebben, waren we blij uit de schaduw te komen. Het uitzicht werd grootser naar alle kanten toe en we genoten met volle teugen.

P1010295_1
P1000242_1

Over het ijs klommen naar de topgraat, een smalle sneeuwrichel met steile afgronden aan beide kanten. We konden de top zien, en het voelde alsof we over de hele Alpen heen konden kijken.

Nog 5 minuten concentreren en toen was er niets meer hogers: de berg ging aan alle kanten naar beneden, we stonden op de top!

We hadden een van de grootste iconen in de bergsport beklommen, een van de meest bekende en beruchte wanden van de Alpen.

DSC01058_1

Bergen-2-rood

nieuws